VELDBUSSEN
AS-Interface (AS-i)
Sensoren en actuatoren delen een tweeadrige kabel voor data en voedingsenergie.
Wie spreekt met wie?
Bij klassieke AS-i start de master de communicatie op de gedeelde kabel. De master selecteert een deelnemer via diens geconfigureerde AS-i-adres en verzendt in de cyclus uitgangsgegevens of een vraag. De geadresseerde deelnemer geeft zijn ingangsinformatie/status terug; de overige deelnemers spreken op dat moment niet. Voorbeeld: master → deelnemer 2, uitgang inschakelen; deelnemer 2 → ingang/status. Een antwoord of teruggelezen uitgangsbit is nog geen bewijs dat de fysieke actuator werkt: daarvoor is een passende sensor of diagnostiek nodig. Details van ASi-5 en telegrammen verschillen van klassieke AS-i.
Spanningen en signaalvorm
AS-Interface voert voeding en data over dezelfde twee aders. Veel AS-i-installaties gebruiken een speciale, ontkoppelde voeding rond 30 V DC tussen AS-i+ en AS-i−; bepaalde voedingen zijn instelbaar rond 24–30 V. Dat is de voedingscomponent, niet de amplitude van elk afzonderlijk databit. De communicatie verschijnt als kortstondige wisselende pulsen boven op die DC-spanning.
Meten met de oscilloscoop
Meet de DC-voeding tussen AS-i+ en AS-i− met een passend instrument. Voor de pulsen: een geschikte differentiële of geïsoleerde scopemeting over de aders, eventueel AC-koppeling om de kleine wisselcomponent duidelijk te maken. Houd de DC-waarde apart in beeld en vergelijk met de documentatie van voeding en AS-i-generatie.
Het principe
AS-Interface verbindt veldapparaten met een controller via een gemeenschappelijke tweeadrige kabel. Een AS-i-master wisselt gegevens uit met geadresseerde deelnemers. De kabel kan zowel communicatiedata als energie voeren; de precieze opbouw en voeding hangen van de gebruikte AS-i-generatie en componenten af.
Een voorbeeld
De animatie laat een master achtereenvolgens deelnemers op dezelfde kabel benaderen. Dit is een logische voorstelling, geen exacte golfvorm of timing.
Let op
AS-i Safety gebruikt specifieke veiligheidscomponenten en procedures; een gewone dataverbinding is op zichzelf geen veiligheidsfunctie.