MEETINSTRUMENTEN
Functiegenerator: een bekend testsignaal
Maak een sinus, blok of driehoek en begrijp frequentie, amplitude, offset en belasting.
Het principe
Een functiegenerator maakt een ingesteld testsignaal. De golfvorm bepaalt de vorm; de frequentie f het aantal cycli per seconde en de periode T=1/f. Amplitude in Vpp is het verschil tussen hoogste en laagste niveau; offset schuift het hele signaal omhoog of omlaag. Een sinus van 4 Vpp met 1 V offset loopt bijvoorbeeld van −1 V tot +3 V. Veel generators hebben een bronimpedantie van 50 Ω: een amplitude die voor een 50 Ω-last is ingesteld, kan op een hoogohmige ingang ongeveer dubbel zo groot worden. De echte uitgang en grenswaarden hangen van het instrument af.
Een voorbeeld
Kies in de demo een 1 kHz sinus met 4 Vpp en 0 V offset. Het scherm toont een periode van 1 ms. Wissel tussen 50 Ω en hoogohmig om het effect van de bronimpedantie op de gesimuleerde spanning te zien. Verifieer de werkelijke spanning met een scoop op de belasting.
Let op
Een functiegenerator is voor testsignalen binnen zijn uitgangsbereik, niet voor het rechtstreeks voeden van motoren of een onbekende installatie. Controleer gedeelde massa, maximale ingangsspanning, uitgangsimpedantie en belasting; sluit de uitgang niet zomaar aan op een actieve veldbus.