VELDBUSSEN
PROFIBUS DP
Een klassieke seriële veldbus voor cyclische communicatie tussen controller en veldapparaten.
Wie spreekt met wie?
PROFIBUS DP: de actieve DP-master communiceert cyclisch met zijn geconfigureerde, uniek geadresseerde DP-slaves. In één data-uitwisseling stuurt hij de uitgangsgegevens/opdracht naar een specifieke slave en ontvangt de ingangsgegevens/status van die slave terug. Daarna komt de volgende slave aan de beurt. Voorbeeld: master → adres 3, motor-startbit = 1; slave 3 → statuswoord met “gereed” of “draait” zodra de toepassing dat signaleert. Een geldig antwoord bevestigt communicatie, maar een opdracht is pas uitgevoerd wanneer de terugmelding dat aantoont. Bij meerdere masters regelt een token de toegang van de actieve masters tot de bus.
Spanningen en signaalvorm
PROFIBUS DP gebruikt in de gebruikelijke koperuitvoering RS-485. De informatieve grootheid is het differentiële signaal B−A (de benaming A/B verschilt soms per leverancier). Onder belasting is de driver differentieel minstens circa 1,5 V; verwacht geen vaste 5 V op de datalijnen. Een 5 V-pin in een connector kan voor de actieve afsluiting zijn en is niet de data-amplitude. Profiel, kabel en belasting bepalen de zichtbare vorm.
Meten met de oscilloscoop
De PI-inbedrijfstellingsgids beschrijft de meting met een geschikte differentiële/gescheiden scoop op B−A. Bekijk de bitvorm op verschillende plekken van het segment en let op reflecties, overshoot, storingen en afsluiting. Pas tijdsbasis aan de ingestelde baudrate aan; een gemiddelde met een multimeter is onvoldoende.
Het principe
PROFIBUS DP gebruikt in veel installaties een RS-485-segment. Een master wisselt gegevens uit met geconfigureerde apparaten. In een netwerk met meerdere actieve masters wordt het recht om de bus te gebruiken via een token doorgegeven; een enkele master pollt zijn aangesloten apparaten.
Een voorbeeld
Klik door de deelnemers om een vereenvoudigde pollingcyclus te zien. De werkelijke telegrammen, timing en topologie worden niet nagebootst.
Let op
Terminatie, adressering, kabel en configuratie moeten bij het echte netwerk passen. PROFIBUS en PROFINET zijn verschillende technologieën.